Installatie-aanwijzingen voor rookmelders

Op welke locaties rookmelders moeten worden aangebracht voor een minimaal beschermingsniveau is afhankelijk van de constructie van de woning of het appartement. In woningen van één verdieping moet er ten minste in de bij brand vaak gebruikte gang een rookmelder worden aangebracht. In gebouwen met meerdere verdiepingen komen daar de gangen op iedere verdieping bij. Voor een optimale bescherming is het echter aan te bevelen elke ruimte van een rookmelder te voorzien.

Montagelocaties in de woning

Bij voorkeur moeten rookmelders voor of in slaapkamers worden geïnstalleerd, zodat de bewoners bij brand worden gealarmeerd. Het is optimaal wanneer de rookmelder midden in de ruimte tegen het plafond wordt gemonteerd. Er moet ten minste een afstand van 50 cm tot de wanden worden aangehouden. Wanneer alle ruimten van rookmelders worden voorzien, moet er rekening worden gehouden met de waterdamp in de keuken en de badkamer. Om vals alarm door koken of douchen te voorkomen, is het aan te bevelen vooral in kleine ruimten de mogelijkheid te hebben de strooilichtmeting gedurende 15 minuten te deactiveren.

Montagelocaties in het gebouw

In gebouwen met meerdere verdiepingen komt er bij de basisuitrusting voor woningen ten minste één rookmelder per verdieping bij. In grote huizen kunnen de rookmelders worden gekoppeld om het totale woonoppervlak te beveiligen. Wanneer een rookmelder alarm slaat, activeert hij alle aangesloten rookmelders, die dan eveneens alarm slaan. Zo worden ook de bewoners in de slaapkamer gewekt wanneer de rookmelder in de kelder rook of warmte detecteert.

Bijzondere ruimtegeometrieën

In L-vormige ruimten of gangen moeten de rookmelders op de
versteklijnen worden geïnstalleerd. Bij grote L-vormige ruimtes moet daarbij elk been als een aparte ruimte worden beschouwd.

  • in de buurt van open haarden
  • rechtstreeks op een metalen oppervlak
  • op minder dan 1 m afstand van airconditioning en ventilatieschachten
  • op minder dan 6 m afstand van uitstroomopeningen voor warme lucht

Ongeschikte montagelocaties

Om valse alarmen te voorkomen, mogen rookmelders niet worden gemonteerd:

  • in de buurt van open haarden
  • rechtstreeks op een metalen oppervlak
  • op minder dan 1 m afstand van airconditioning en ventilatieschachten
  • op minder dan 6 m afstand van uitstroomopeningen voor warme lucht
  • op minder dan 50 cm afstand van TL- of spaarlampen
  • in ruimten met een plafondhoogte van meer dan 6 m
  • op minder dan 30 cm afstand van de nok
  • in ruimten met temperaturen onder +5 °C resp. boven +55 °C

Rookmelders redden levens

TOP